7
november 2008
's
Ochtends erg vroeg vertrokken naar Schiphol. Kwart voor 4 op. Om kwart voor
5 de taxi. Waar is uw bagage vroeg de taxichauffeur verbaasd. Die heb ik
niet, want ik ga in een dag op en neer. O ja, hoe zo dan? Nou, ... en ik
het verhaal gedaan. De taxichauffeur hield veel van dieren, dus die was
helemaal in voor de actie. Op Schiphol begon het grote wachten, want in mijn
zenuwen was ik erg vroeg. (Ik snap niet dat mensen zeggen dat vliegen zo
makkelijk reizen is. Het vliegen op zich misschien, maar voor de rest ... je
bent eigenlijk alleen maar aan het wachten of in de rij aan het staan, maar
goed.) Geen interesse in de winkeltjes, behalve voor wat cadeautjes voor Ana,
Jesus en de kinderen. Veel te zenuwachtig namelijk. Eindelijk in het
vliegtuig. Wegens de KLM vertraging, want die hadden hun papierwerk niet op
orde vertelde de piloot. Grrrrrr. Ik wil naar Spanje en wel nu! Met 25
minuten vertraging de lucht in. En ik vind vliegen dus echt niet prettig.
Zeker het stijgen, dalen en LANDEN niet. Maar je moet er wat voor over
hebben. Een vage film gekeken, vaag in mijn boek gelezen en eindelijk voelde
ik het vliegtuig vertragen. De landing werd ingezet. Een wat ruwe landing.
Getverderrie, als dat vanavond ook zo gaat met een doodzenuwachtige Onida
aan boord. Gelukkig geen bagage, dus direct naar de uitgang. O, wat
spannend. Daar staat Ana met een bordje Annelies. Een kleine, heel lieve
vrouw. En daar is Jesus. Een echte Spanjaard, met gitzwart haar in een
staartje en een uiterst rustgevende uitstraling. Of ik iets wil eten of
drinken. Op het vliegveld even wat gedronken.


Ana
sprak wat Italiaans en met handen en voeten konden we elkaar wat duidelijk
maken. Waar zijn de honden? In de auto, in de parkeergarage. Ik gaf hen de
enveloppe met het geld dat ik had ingezameld bij vrienden en collega's. Met
een klein verhaaltje in het Spaans op de kaart, alle handtekeningen en een
foto van Onida. 215 euro, dankjewel nog allemaal! Ontroering bij Ana en
Jesus, Ana tranen in haar ogen. Ana vertelde over Onida. Dat ze zo gevoelig
is, dat ik veel geduld zou moeten hebben. Geduld ... Voor dieren heb
ik alle, echt alle geduld van de wereld. Ik vertelde over de vriend die
Onida in Nederland wacht. Noa, de labrador van mijn vriendin Germaine. Vorig
jaar opgehaald in een asiel in Belgie. Een ex-zwerfhond. Een hele bijzondere
hond met de mooiste bruine ogen van de wereld. Hij is druk, erg druk en
tegelijkertijd zo subtiel en liefdevol ... Zoals ik het verwoordde tegen Ana
en Jesus: een macho hond met een uiterst gevoelige kant ... un hombre
perfecto! Daar moest Jesus erg om lachen ... Natuurlijk, hij is zelf zo'n
hombre perfecto! Naar de parkeergarage en daar het GROTE MOMENT.


De deur
ging open en daar zaten ze. In een grote kooi. Een vrolijke Leire voorop,
daarachter, met haar kop gebogen en ogen neergeslagen ONIDA. Tranen in mijn
ogen, tranen in mijn stem. Ben je daar, meisje, ben je daar. In een klein
mandje Sena, wat een schatje. Ze mochten er even uit. Leire vond het
fantastisch, Onida niet. We gaan eerst naar het strand! In de auto kan ik
wat smsjes versturen: ik heb haar, ik heb haar. Vervolgens het ene na het
andere smsje terug. Ana en Jesus vonden het erg grappig. Daar is het strand.
Met wat moeite een parkeerplaats. Ana gaat nog even weg om een riempje te
kopen voor Sena en de medicijnen voor Onida. Jesus gaat haar achterna, ik
blijf bij de honden. En dan de wandeling naar het strand. Leira huppelt
voorop, Onida vindt het niets. Ana tilt haar op, vervolgens neemt Jesus haar
over. Op het strand durft ze eerst niet te bewegen.
En
dan ... na 5 minuten al begint ze te snuffelen en komt langzaam overeind. En
dan gaan we samen lopen, met Leire voorop en Onida er achteraan. Daar loop
ik dan, op een Spaans strand (ik weet inmiddels niet eens meer waar ik ben)
met MIJN hond, mijn allereerste hond. Ze laat zich uitbundig aaien. Als ik
wil stoppen met aaien legt ze haar poot op mijn arm. Zagen jullie dat, Ana
en Jesus. Ja, die hadden het ook gezien. Wat een ontroering. Het gaat goed.
Daarna weer de auto in
Op weg
naar Fabien blijkt achteraf. We komen in een kleine plaats. We parkeren de
auto en lopen naar een klein restaurantje. Daar zwaait een vriend van Fabien
de scepter. Hij is Engels, het voltallig personeel is Engels en allemaal DOL
op dieren. Het hele restaurant hangt vol met posters en kalenders van de
organisatie die Fabien heeft opgericht om Spaanse honden te redden. Terwijl
we op Fabien wachten vertelt Jesus over de houding van Spanjaarden tegen
honden. Zo hard, zo hard. Hij vindt het onbegrijpelijk. Mijn hart krimpt
ineen bij de verhalen. Dat Spaanse huisartsen in Andalusie vrouwen aanraden
alle dieren het huis uit te doen als ze zwanger raken ... Jesus merkt
cynisch op dat in Andalusie zwanger zijn kennelijk een ziekte is ... Ik kijk
naar Ana en Jesus. Wat een dappere mensen die het vreselijkste wat ik ken,
namelijk wreedheid jegens dieren, iedere dag in de ogen kijken. En die daar
aan gaan staan. Die hun armen en hun harten openen en zich niet laten
onmoedigen. Terwijl ze zoveel moeilijkheden ondervinden. Bijna honderd
honden, weinig geld, maar een vrijwilliger om te helpen. Wat is het dan goed
om te bedenken dat er hulp is gekomen. Vanuit Nederland. Een team van
vrijwilligers die zich met hart en ziel inzetten om te helpen waar ze maar
kunnen!


Fabien
sluit aan. Een Vlaamse vrouw, die haar leven voornamelijk buiten Belgie
heeft doorgebracht. Ze is samen met twee van haar honden. Natuurlijk honden
met een verdrietig verleden. Een prachtige Cocker Spaniel en een, waar ik
het ras niet van weet. Napoleon heet hij. Klein, maar o zo dapper. Net als
zijn bazin die vertelde dat ze al zesduizend, ja, ZESDUIZEND honden heeft
weten te redden en te plaatsen. Wat een vrouw! Het eten wordt geserveerd en
onder het eten praten we via Fabien met elkaar. Ik raak steeds meer onder de
indruk. Ook van de vreselijke dilemma's waar Jesus en Ana mee worstelen. Op
dit moment hebben ze een hond met een gebroken poot en een met een gebroken
rug. En geen geld om ze te laten opereren. Maar wat kost dat dan? Fabien
vertelt over Carlos, een dierenarts die geweldig is in botbreuken bij
dieren. Die vraagt 600 euro voor een operatie. Maar ja, dan heb je alleen
die operatie en niet alles wat er dan nog bijkomt. Ik denk bij mezelf: en
als we hier nou eens apart een actie voor opstarten. Geld inzamelen speciaal
voor operaties. Jesus en Ana, wat schatten jullie dat je daar maandelijks
voor nodig hebt? Tja, moeilijk te zeggen. Er wordt in het Spaans druk heen
en weer gepraat. Ze komen uit op iets van tweeduizend euro. Het ene idee
voor een actie na het andere dwarrelt door mijn hoofd. We MOETEN ze helpen.
Ik neem mij voor dit door te geven aan de mensen van Granadapadul. Misschien
dat we samen een geweldig idee hebben om dit op te lossen, want geld ...
ach, geld is er genoeg in Nederland.
Het
wordt tijd om naar het vliegveld te gaan. Ik krijg het kaartje van Fabien,
want ze is ook specialist als het gaat om de behandeling van leishmania. We
omhelzen elkaar. Zomaar het gevoel dat we elkaar weer zullen zien. En dan in
de auto naar het vliegveld. De spanning neemt toe, want het is nog steeds
niet zeker of Leire wel mee zal kunnen. En Leire MOET mee, want ik moet er
niet aan denken dat Onida de hele vliegreis, met al dat wachten er bij
opgeteld, alleen moet doormaken. Op het vliegveld neemt Jesus het over.
Vraagt af en toe of ik nerveus ben. Un poco ... Jesus lacht. Hij weet wel
beter. Ik ben zichtbaar doodzenuwachtig. Jesus helpt inchecken. Dat lukt. Nu
nog de douane. Jesus gaat er alleen heen. Ik blijf bij Ana, die Leire op
haar schoot heeft. Zij ligt op haar rug op haar schoot. Haar poten wijd.
Volkomen ontspannen. De tranen springen in mijn ogen bij het beeld. De
liefde tussen Ana en Leire is zo duidelijk. Jesus komt om me te halen. Ik
moet vier handtekeningen zetten. Een aardig man bij de douane. Leire gaat
weer bij Onida in de kooi. Jesus doet tape rondom de kooi, wel tien
keer rondom. En daar gaan ze. Dag Onida, dag Leire, tot straks. Nu moet ik
nog met Sena door de douane. Ana neemt vast afscheid. Ineens zie ik haar
ogen. Wat een verdriet. Ik sluit haar in mijn armen. Wat een verdriet, wat
een verdriet. Zoveel voor haar honden gedaan te hebben, zoveel van ze
gehouden te hebben en ze dan te moeten laten gaan. Zal het goed met ze
gaan, zullen ze van ze houden? Mijn hart breekt. Ik zal haar blik nooit
vergeten. Ik kan alleen nog maar denken: we moeten er in Nederland echt
ALLES aan doen om deze liefde waardig te zijn in onze zorg voor de honden
van Ana en Jesus.
Jesus
loopt nog mee door de douane. Ik moet me in verband met alle
veiligheidsmaatregelen zo'n beetje half ontkleden. Sena moet uit haar
reistasje, wat ook door de scanner moet. Jesus houdt haar vast en ik loop
door het poortje. Daarna geeft hij Sena aan, werpt me een kushand toe en
blijft aan de andere kant naar ons kijken of alles goed gaat. Ik doe Sena
weer in haar tasje, vergaar mijn spullen. Doe mijn rugzak om, de loodzware
tas met de kalenders in mijn ene en Sena in mijn andere hand. Klaar. Ik
draai me om naar Jesus en steek mijn duim op en zwaai. Het is gelukt. Nu
begint de vermoeidheid en de spanning door te wegen. Ik voel me net een
schilpad met al die spullen en ik heb geen idee waar ik heen moet. En het
personeel op het vliegveld blijkt in het geheel niet bereid me te helpen.
Eindelijk zie ik welke gate ik moet hebben en dat blijkt dan nog eens
eindeloos lopen en allerlei trappen af en ik zie geen mens meer. Nu vind ik
het een beetje een nachtmerrie worden. Maar dan ineens: het bordje met de
gate en waarachtig nog twee mensen. Uitgeput ga ik zitten. Kijk op mijn
mobiel. Een oproep van Aukje gemist. O ja, ik moet doorgeven dat Leire ook
mee is. Aukje gebeld. Is ze er door? Ja! Geweldig, ik ga direct bellen en
tot straks. Tot straks? Nou, daar zit nog een half uur wachten en dan nog
een vliegreis en weer wachten tussen. Ik kan het door mijn vermoeidheid
bijna niet meer overzien. Hoe zou het met Leire en Onida zijn? Bij het
betreden van het vliegtuig klamp ik meteen de steward aan. Er zitten twee
honden in het ruim, gaat het goed met ze? De steward is erg aardig. Ik ga zo
wel even kijken. De co-piloot staat er ook en zegt: de temperatuur is prima
in het ruim, hoor. Net als in de cabine. Ik voel me al wat rustiger. Sena
houdt zich geweldig. Die wordt maar heen en weer gezeuld in haar tasje. In
het vliegtuig alleen maar lieve mensen, die willen helpen. Ik vertel direct
het hele verhaal. Iedereen leeft mee. He, he, we zitten. Nou nog die rottige
vlucht en dan ... Gelukkig weet ik dat zoveel mensen in Nederland ons helpen
en ons met hun liefde naar Nederland dragen (Germaine, Shirley, Maria, Trudy,
Aukje, Maureen, Gisela en nog zovele anderen). Gelukkig nu geen vertraging.
De start gaat voorspoedig, maar ik vind het allemaal vreselijk. Sena heeft
moeite met de luchtdruk merk ik. Ik probeer haar gerust te stellen. De
piloot is in een goede bui en vertelt hoe we zullen vliegen. Hou toch op, ik
wil naar HUIS. Halverwege komt de steward langs om te zeggen dat alles prima
gaat in het ruim. Ik bedank hem uitbundig. Probeer wat naar de film te
kijken om de tijd te doden. En dan heeft u nu een schitterend uitzicht op
Parijs ... Parijs, zijn we pas bij Parijs. Ik probeer te berekenen hoe snel
je met zo'n vliegtuig vanuit Parijs bij Amsterdam bent. Kom er niet uit. Nu
zitten we boven Belgie, roept de piloot. Hij heeft er echt zin in. Hou op
met dat gepraat en vlieg door, verdorie, denk ik bij mezelf. Eindelijk
Amsterdam. Nou die landing nog. Hoe kan dat goed gaan in dat ruim. Die
honden snappen daar toch niets van. Sena heeft weer last van de
luchtdrukverschillen. Tot overmaat van ramp moet ik haar van de steward op
de grond zetten. Ik bid inmiddels het hele universum bij elkaar. Laat deze
landing mooi, glad en rustig verlopen, alsjeblieft. Ik durf niet meer te
kijken en zit met mijn handen om de leuning geklemd de landing af te
wachten. En dan, zo zachtjes als ware we een veertje, zet de piloot het
vliegtuig aan de grond. We zijn GELAND!!!!!!!!!! Gelukkig zit ik erg voorin
het vliegtuig. Bij het uitstappen paseer ik de steward en de piloot. Ik val
ze bijna om de hals. Wat een geweldige landing was dat. De piloot kijkt me
geamuseerd aan. Hij weet ook niet van Onida en Leire in het ruim en wat dat
voor mij betekent.
Daar
gaat de schilpad weer, met Sena in het tasje. Ik weet gelukkig bij welke
band ik moet zijn. Aangezien ik eerst alle bagage moet afwachten, neem ik
maar de tijd om naar de wc te gaan. Dat scheelt straks weer. Eindelijk zijn
we bij de band. Eindelijk komt de bagage. Eindelijk is alle bagage opgehaald
en zijn alle mensen weg. En eindelijk ... Waar blijven ze nou? Iedereen gaat
weg en geen spoor van Onida en Leire. Ik bel Aukje. Rustig blijven wachten.
Ze komen echt. En het duurt en het duurt. Ik bel weer Aukje. Heus, blijf nou
rustig wachten, ze komen echt. En dan ineens ... een man met een karretje en
daarop de kooi. Hier ben ik, roep ik, hier moet u zijn. Ze lieten ons er
niet door, bromde de man, daarom duurde het zo lang. Maar het kan me niet
meer schelen. Ik heb ze en we kunnen naar HUIS. Dan naar de uitgang en daar
staan ze allemaal. Aukje, die ik nog nooit gezien heb, komt als eerste naar
me toe. We vallen elkaar in de armen. Het is gelukt, het is gelukt. Dan
Shirley met haar maltezer leeuwtje Anju. Anju, ook zo vriendin-in-spe voor
Onida. Met haar leuke warrige haar alle kanten op, springt ze uitgelaten
heen en weer. O Shir, het was zo veel allemaal en ik ben zo moe. En dan zie
ik pas de rest van de mensen die uitkijken naar hun hond. Een heel blij
gezin voor Leire, die alweer vrolijk in het rond springt. Twee schatten van
mensen voor Sena. Dag lieve Sena, het was me het tochtje wel, maar nu ben je
bijna thuis. En dan Onida. Daar sta je dan, meisje, op Schiphol. Shirley
heeft haar moeder en oma meegebracht om mij naar huis te escorteren. Onida
durft niet te lopen. Ik geef mijn bagage af en draag haar naar de auto. Het
laatste stukje durft ze ineens te lopen. Dag Aukje, tot heel gauw. Naar
huis, naar huis. En daar wacht Germaine met Mili', mijn blauwe rus en
Saffier, mijn siamees. Dag lieve Onida, welkom thuis! Ik moet Onida over de
drempel dragen, want ineens durft ze niet meer. Maar al gauw komt ze
overeind en gaat in haar mandje liggen en ruikt al bijna aan de neus van de
onvolprezen Mili'.


Om
drie uur 's nachts, vierenentwintig uur later dan ik vertrok, lig ik in bed,
met Onida naast mij in haar bench en Mili' en Saffier op bed. Onida is
THUIS.
Annelies